| Register
   
 
 

 

 

foto: Voodoohat met Shidoobees Stonesdoug, 
copyright FLF, NY, sept.2005.

Voodoohat's Speakers Corner

 

Voodoohat nodigt alle Stonesfans uit om hun ervaringen te delen met andere fans. Heb je een verhaal over een ontmoeting met de Stones, een concert recensie, een verhaal over je collectie, enz.? Stuur het naar voodoohat@hotmail.com en je krijgt zsm bericht! 

De voorgaande 'Stones avonturen' zijn ook nog te volgen: klik op de links en geniet mee!

Jan Marijnissen's Stonesgevoel, 2004

FLF reis naar New York, 2005
Menno Schipper in Canada, 2005
Jan en Arda van Ofwegen
over San Francisco, 2005
Flip Vuijsje over zijn boek Mick Jagger, Manager/Ondernemer, 2005

Menno Schipper bezocht vele concerten in Europa, zomer 2006

Vivian & Herma over Mick Taylor in Ochten, 2006

Arie Elgersma over Art Wood Memorial, 2007

Rene Spork Het ware gevoel van Keith Richards, 2007

Violet Le Roy Tot op de bodem, 2008

Rene Spork The Rolling Stones & The Swingin'Pig, 2009

Het Stonesgevoel van Rob Goossens, 2009
 

  
 

 

Exile on Main Street, it’s a strange street to walk down…

 

 

De beste LP van the Rolling Stones, nu in een luxe heruitgave (Universal Music) met tien nieuwe opnamen,
 
deels andere versies en zeven niet eerder uitgebrachte nummers: Following the River, Pass the wine
 
(Sophia Loren), I’m not Signifying, Dancing in the Light, So Divine (Aladdin Story), Plundered my soul en
 
title 5. Keith en Mick hebben her en der nog wat ‘dingetjes’ (gitaar, vocals!) toegevoegd en zelfs Mick Taylor
 
heeft een duit in het zakje heeft gedaan.

 

 

 

Exile on Main Street (1972) is het ultieme Stonesalbum, verwekt in de decadente chaos van het Franse
 
huishouden van de familie Richards. Het eerste klopt, het tweede is een mythe. Exile bevat 18 nummers
 
opgenomen en/of gemixed in Engeland, Frankrijk en Amerika in de periode 1969-1972. Loving Cup bijvoorbeeld
 
was al live te horen tijdens het Hyde Park concert van 1969. Diverse nummers stammen van de Let it Bleed en
 
Sticky Fingers sessies. De zo goed als failliete tax-exiles uit Engeland streken begin jaren zeventig inderdaad
 
enige tijd in Zuid-Frankrijk neer. Keith Richards bouwde er, in zijn villa Nellcôte in Villefranche-Sur-Mer, een
 
studio. Zo’n twintig tot dertig opnamen werden gemaakt met de Stones Mobile Truck die ergens buiten stond
 
geparkeerd. Het was een komen en gaan van gasten, collega muzikanten als Gram Parsons
 
(nee, speelt niet mee op Exile), vrienden, familie, fans en dealers… en af en toe de politie.
 
De Franse fotograaf Dominique Tarlé legde het allemaal vast en droeg zo bij aan de legende.
 
 
 
 
Chaotisch was het. Landgenoten Willem de Ridder en Laurie Langenbach, beiden verbonden aan
 
Hitweek/Aloha, waren er even te gast en Willem deed ruim een jaar later verslag in Aloha nr. 19 (1973).
 
In de tuin van de villa loopt een ‘vuurtje’ bijna uit de hand. Keith schreeuwt, Mick heeft honger en Anita bepaal
 
t wanneer er gegeten wordt: ‘Het eten is klaar godverdomme, waar is iedereen…’ ‘Iedereen’ is al gauw een
 
man of twintig tot dertig. Willem en Laurie zijn niet langer welkom. Het huishouden wordt geregeerd door
 
drugs. Drugs bepalen de scheidslijn tussen insiders en outsiders. Die scheidslijn loopt zelfs dwars door de
 
Stones. Keith gebruikt zwaar en is wel of niet in zijn eigen studio. Mick is wel of niet bij zijn Bianca, gebruikt
 
soms iets en is niet bij alle sessies aanwezig. Bill Wyman rookt wel eens een joint, speelt wel of niet bas en
 
herinnert zich dat er vooral ’s nachts werd gewerkt. Een aantal van zijn bijdragen werden later overgedaan door
 
Keith, bijvoorbeeld op Casino Boogie en Soul Survivor. De Amerikaan Bill Plummer speelt bas op Rip This
 
Joint, Turd on the Run, Just wanna see his face en All down the line. Mick Taylor speelt bas op Tumbling Dice,
 
Torn and Frayed en Shine a Light. Bill Wyman is te horen op Rocks Off, Hip Shake, Sweet Virginia, Black
 
Angez (?), Loving Cup, Ventilator Blues, Let it Loose en Stop Breaking Down. Keith, in een interview over de
 
teruggevonden Exile-nummers, prijst het baswerk van Bill Wyman de hemel in. De man is een genie en zou
 
meer credits moeten krijgen! Wellicht luisterde Keith naar zijn eigen overdubs? Keith behandelt de bas als een
 
gitaar, terwijl Wyman steevast een pompend ritme verzorgt samen met de onverstoorbare Charlie Watts.
 
De ritmesectie vormt toch echt het kloppend hart van de Stones. Keith kan de bas ongemoeid laten.
 
Ondanks of dankzij de chaotische toestanden is Exile een compact album geworden, zonder regelrechte
 
uitschieters, maar van een hoge constante kwaliteit. 
 
 
 
 
 
De linernotes op de schitterende binnenhoezen van de oorspronkelijke uitgave bevatten fouten en
 
onduidelijkheden. De achtergrondzang op Tumbling Dice wordt verzorgd door ‘Clydie King en Vanetta plus
 
friend’. ‘Vanetta’ is Vanetta Field. Tamiya Linn, op Let it Loose heet ‘Tammi’ en Joe Green staat vermeld met
 
een vraagteken. Jesse Kirkland (Shine a light) heet Jerry en de percussionist (marimbas) Richard ‘Didymus’
 
Washington staat bij ‘Black Angez’ vermeld als ‘Amyl & Nitrate’, en is dus vernoemd naar een drug.

Niet alleen de muziek, Mick Taylor excelleert en de Stones klinken vuig en compact, maar ook de verpakking
 
heeft bijgedragen aan het succes. Fotografie en concept zijn van Robert Frank, de maker van de nooit officieel
 
uitgebrachte Stonesdocumentaire Cocksucker Blues (1972). Wie op YouTube zijn clip van Rocks Off bekijkt
 
ziet praktisch alle bekende hoesbeelden voorbij komen.
 

 

 

 

Bij de oorspronkelijke lp zat een set van 12 ansichtkaarten ter promotie van Exile on Main Street, ‘the fall from
 
Exile on Main Street’. Bill Wyman’s rol in de fotosessie is waargenomen door een stand-in (Bill Plummer?).
 
Het hoofd van Wyman is er later op geplakt. Bij de New Musical Express verscheen een flexidisc waarop Mick
 
Jagger piano spelend de nummers op Exile introduceert. De beste promotie, een hitsingel, werd met moeite
 
geselecteerd; het werd Tumbling Dice. Nederlandse journalisten die al voor de officiële uitgifte de track hebben
 
beluisterd, brengen het verhaal de wereld in dat het nummer een bedankje bevat aan de clubarts van Ajax
 
dokter Rolink. Deze zou de Stones bij hun vorige tournee geholpen hebben met de ‘spuit’ om de ergste nood
 
van de vermaarde junkies te lenigen. Dankbaar zouden de Stones aan het einde van Tumbling Dice ‘dr Rolink
 
dr Rolink’ zingen. In werkelijkheid luidt de tekst ‘you gotta roll me’, maar dat neemt niet weg dat het een fraai
 
verhaal is dat recht doet aan de reputatie van tenminste een van beide partijen.

Een akoestische versie van All down the line verscheen  per ongeluk op een vroege persing van het tweede
 
Amerikaanse singeltje Happy en is niet meegenomen op deze heruitgave.

 

 

Jagger vond en vindt Exile geen commerciële LP en kon live naar eigen zeggen met slechts weinig nummers
 
uit de voeten. Tumbling Dice behoort desalniettemin tot de live klassiekers, gevolgd door Happy (Keith),
 
All down the line, Sweet Virginia, Rocks Off, Rip This Joint en soms Shine a Light. Live versies van Torn &
 
Frayed, Sweet Black Angel, Loving Cup, Ventilator Blues en Stop Breaking Down zijn zeldzaam, maar
 
ondertussen zijn er toch 12 van de 18 tracks ooit live gepeeld. Een integrale live uitvoering van Exile zoals
 
Universal de Stones voorstelde zal er nooit komen.
 
 
Jagger beschouwt Let it Bleed meer als zijn favoriete album dan Exile, maar fans en critici kennen het album
 
terecht een bijzondere status toe. Alle Stones ervaring, arrogantie en decadentie balt zich samen tot een
 
explosief geheel. Exile biedt de luisteraar een opwindende, uitdagende en soms ontroerende tocht langs de
 
heupwiegende gokkende hoererende meute van Main Street. Rock, country, gospel, soul en blues maken het
 
album Amerikaans. Frans is hooguit de slag waarmee het album lijkt geproduceerd, maar dat is nu net de
 
charme ervan. Dat vooral de zang wat naar de achtergrond is gemixed verklaart wellicht Jaggers houding.
 
Het voedde bij de fans tevens het idee dat Exile voornamelijk een Keith album is. Een Wyman album is het in
 
elk geval niet. De man die echt wat meer credits verdient is overigens Mick Taylor, niet voor niets co-credited
 
voor Ventilator Blues en wat mij betreft pianist Nicky Hopkins.
 
De internationale kritiek was indertijd niet meteen enthousiast, volgens Jagger omdat het wat langer duurt om
 
gewend te raken aan een dubbel LP. Jan Donkers in Aloha (nr. 4. 1972) gaf zich wel meteen gewonnen.
 
Hij  spreekt van zelfkant muziek, meedogenloos, hard en ongeneerd en stelt dat de LP meer opwindende
 
muziek bevat dan het gezelschap ooit op 33 toeren heeft uitgebracht. Zo is het!
 
 
Ruim 35 jaar later hebben Mick en Keith zich gebogen over de overgebleven nummers. Mick heeft bij zijn
 
onderzoek de hele periode 1969-1972 betrokken. Het is moeilijk te bepalen wat des Exiles is en wat niet.
 
Uit juli 1969 dateren bijvoorbeeld Sweet Virginia, All Down the Line, Loving Cup, Shine a Light en Stop
 
Breaking Down. Overgebleven nummers van deze sessie zoals Jiving Sister Fanny en I don’t know why zijn op
 
Metamorphosis terecht gekomen. Juist van de sessies in Frankrijk in 1971 zijn weinig bijzonderheden bekend.
 
Versies van de meeste Exile-nummers werden er opgenomen en niet uitgebrachte nummers als Fast Talking
 
Slow Walking, Fragile,  I’m not Signifying,  en Sophia Loren. De opnamen en het afmixen in Hollywood van
 
december 1971 tot maart 1972 zijn beter gedocumenteerd. Fragile en Fast talking slow walking behoren tot de
 
nummers die daar zijn voltooid, maar niet door Mick en Keith zijn geselecteerd voor deze heruitgave.
 
Alternatieve versies van Exile nummers en een overgebleven nummer als I’m not Signifying zijn in de loop der
 
tijd overigens  al door bootleggers uitgebracht.
 
 
Wat is nu de betekenis van een heruitgave met een aantal nieuwe (soms pas recent opgefriste) nummers?
 
Voornamelijk dat de zoektocht van Jagger en Richards naar en door de oude tapes leidde tot de conservering
 
ervan, althans de overzetting van de inhoud op een digitale drager. Eerder gebeurde dat overigens al met de
 
ruim dertig niet uitgebrachte nummers uit de Some Girls periode. Het wordt echt tijd dat de officiële
 
platenmaatschappij of liever gezegd maatschappijen – met de Decca erfenis gebeurt evenmin iets - de strijd
 
met bootleggers aangaat en de wordingsgeschiedenis van waardevol Stonesmateriaal veilig stelt en openbaart.
 
Speciale uitgaven voor de liefhebber, want dat is toch de doelgroep, moeten gezien de leeftijd van de doelgroep
 
niet al te lang meer op zich laten wachten. De nieuwsgierigheid van de liefhebber naar vroege versies en de
 
overgebleven nummers mag best worden bevredigd, ook al is de keuze en bewerking van in dit geval Jagger en
 
Richards arbitrair. De super de luxe Exile uitgave, met vinyl, CD’s, DVD (beelden uit Cocksucker Blues en
 
Ladies and Gentlemen) en fotoboekje, waardeer je wel of niet. Het is natuurlijk best aardig om jezelf eens te
 
verwennen met zo’n pretpakket. Je bent tenslotte maar één keer oud, maar niet te oud om te vergeten hoe het
 
ook al weer was: Exile on Main Street, it’s a low down dirty ground.
 
 

René Spork, april 2010

 

Een bijzonder informatief boekje over Exile is Exile on Main ST. van Bill Janovitz, muzikant in de band Buffalo

 

Tom en als muzikant en liefhebber uitstekend in staat om zijn licht over Exile te laten schijnen

 

(New York, 2005).

 


Copyright 2008 Forty Licks Fanclub, The Netherlands   |  Privacy Statement  |  Terms Of Use