The Rolling Stones in het Kurhaus, Scheveningen, zaterdag 8 augustus 1964
Karla Wildschut ontmoet de Rolling Stones augustus 1964
Het Kurhausconcert duurde nog geen 20 minuten, maar voor impresario Paul Acket
leek het wel een eeuwigheid. Ongetwijfeld echode na afloop het refrein door zijn hoofd
van het nummer waarmee The Rolling Stones hun grootste commerciële doorbraak
bereikten: It’s all over now. Aan het spelen van deze hit kwamen de Stones die avond
in Scheveningen niet eens toe.
It’s all over now stond in 1964 niet minder dan 15 weken op de eerste plaats van de
Engelse hitparade; in Amerika kwamen de Stones niet verder dan een 26ste plaats. In
Nederland deed het nummer het net als in Engeland uitstekend. Reden voor Paul
Acket om de groep voor een optreden in het Kurhaus te contracteren.
Optredens van de Stones werden in deze periode (1963-1964) geregeld onderbroken
door relletjes. Voor de Stones was het de periode van de ‘grab the money and run’
concerten. De conservatieve pers had er geen goed woord voor over: the Rolling
Stones waren smerig, arrogant, lelijk enzovoort. Het agressieve, provocerende
karakter van de Stones werd meestal kortweg afgedaan met de term ‘dirty.’ Voor de
fans, die zich tijdens de concerten volledig lieten gaan, was dat nu juist de
aantrekkingskracht van de groep.
De eerste buitenlandse tournee van the Rolling Stones, naar Amerika, baarde weinig
opzien, maar terug in Engeland gingen de zaken weer als vanouds: het optreden van
24 juli in Blackpool voor 7.000 fans eindigde in een gigantische rel; de schade
bedroeg meer dan ƒ 10.000. Een paar weken later, op 8 augustus, zouden de Stones
de Britse tournee onderbreken voor een kort uitstapje naar Nederland. Het was voor
de Stones het tweede optreden op het Europese continent; in april gaven ze een live
televisieshow in Montreux in Zwitserland.
De komst van the Rolling Stones werd pas eind juli in de Nederlandse pers bekend
gemaakt. Blijkbaar is het Stones-concert pas op het laatste moment georganiseerd.
De organisatie was in handen van Paul Acket, impresario en uitgever van het
‘muziekmaandblad voor tieners en twens’ Muziek Expres. Hij werkte in deze samen
met de Exploitatie Maatschappij Scheveningen (EMS), eigenaar van het Kurhaus.
Bij het Kurhaus was een programmablad te krijgen dat een overzicht bood van wat het
publiek zaterdagavond 8 augustus te wachten stond:
1. Jos Brink stelt u voor aan:
2. Trix and the Paramounts
3. André van Duyn
4. The Ricochets met Ritchie Clark
5. The Telstars
6. The Fouryo’s
pauze
7. The Rolling Stones
In het programma staat verder een wel heel merkwaardige verklaring voor het succes
van the Rolling Stones: ‘Op verzoek van de inmiddels beroemd geworden Beatles
kwamen de Stones naar Liverpool, waar ze optraden in het “beat” Mekka, “the Cavern
Club.” Een groot enthousiasme brak los en hun naam was gemaakt.’
Het Kurhaus concert zou om acht uur ’s avonds beginnen en de toegangsprijzen
varieerden van ƒ 3,50 tot ƒ 7,50 (ter vergelijking: een singeltje kostte in die tijd
ƒ 3,95!).
De Stones arriveerden zaterdagochtend 8 augustus om 10.26 uur met een vliegtuig
van de BEA op Schiphol. Hier en daar bevonden zich wat opgewonden meisjes die de
vermoeid ogende artiesten gillend toejuichten. De Haagse Post beschrijft het uiterlijk
van de Stones als volgt: ‘een over de gehoororganen spruitende haardos, holle
gelaatsuitdrukking en veelal gestreepte kostuums.’ De HP meldt verder dat hun gage
laag is en in geen verhouding staat tot de sommen geld die de Beatles in Nederland
voor hun optreden kregen. Manager Eric Easton verstrekte de keihard werkende
Stones een wekelijks loon van ongeveer ƒ 1.000,-; de overige verdiensten werden op
spaarbankboekjes gezet (op wiens rekening het geld uiteindelijk is terecht gekomen
vertelt Bill Wyman bladzijde na bladzijde in zijn autobiografie Stone Alone, 1990).
De Stones gaven op Schiphol nog een korte persconferentie; de meeste vragen
werden nauwelijks hoorbaar beantwoord. – aldus de HP. ‘Hitwezen-prominent’
Herman Stok drukte de aanwezigen op het hart in hemelsnaam geen vragen te stellen
over het haar van de heren, want dan zouden ze furieus worden. Na afloop van de
persconferentie vertrokken the Rolling Stones onder toezicht van Paul Acket naar Den
Haag voor een kort verblijf in het inmiddels gesloopte hotel Terminus bij het station
Hollandse Spoor. In de Theresiastraat, waar toen het kantoor van Acket gevestigd
was, werden nog wat foto’s van de Stones gemaakt met een opengeslagen Muziek
Expres in hun handen. De bandleden trokken er alleen bekijks vanwege hun lange
haar, niet vanwege hun roem.
In de middag arriveren The Rolling Stones bij het Kurhaus om er te repeteren.
Cameraman Mat van Hensbergen schiet voor de in Rotterdam werkzame filmmaker
Jan Schaper (1921-2008) wat close-ups van Mick Jagger, van de Stones repetities
en het publiek buiten. ’s Avonds zou hij nog wat shots van het publiek nemen om later
bij montage van de repetitiebeelden de suggestie te kunnen wekken van een
liveoptreden. Opdrachtgever voor de filmbeelden is de REM (nu Tros). Volgens
Hensbergen oogden de Stones verveeld en waren ze niet te spreken over de
organisatie.
[het ruwe filmmateriaal van het Kurhaus van Jan Schaper werd in 2008 aangetroffen
in zijn aan het Gemeentearchief Rotterdam overhandigde nalatenschap. RS]
Paul Acket, die al tijdens de Tweede Wereldoorlog concerten organiseerde, trof geen
bijzondere maatregelen voor het Stones-optreden. Hij had wel gehoord van de
ongeregeldheden die zich in Engeland tijdens Stones-concerten voordeden, maar
dacht dat het in Nederland niet zo’n vaart zou lopen. De door hem georganiseerde
Beatles-show begin juni in Blokker was ook immers relatief rustig verlopen. Met vijf
door Acket gehuurde bodyguards moest het publiek wel te beteugelen zijn. Verder
zou er alleen niet-sterke drank worden verkocht in papieren bekertjes. Het rustige
voorprogramma stond er volgens Acket borg voor dat de gemoederen niet te zeer
verhit zouden raken. Voor de gevolgen van eventuele relletjes had Acket zich niet
verzekerd.
De politie was aanwezig met zes rechercheurs en een inspecteur in burger (op het
toneel) en tien geüniformeerde politiemannen in de kelder. Op het politiebureau
Gevers Deynootweg hielden zich nog eens vijftien man paraat.
Zaterdagavond 8 augustus 1964, een wat broeierige zomeravond. Ieder moment lijkt
er onweer te kunnen losbarsten. Om half acht, het is dan nog droog, heeft zich –
aldus de Haagsche Courant – een fluitende, schreeuwende en ruzie zoekende
menigte opgesteld op de trappen van het bordes van het Kurhaus. Het gedrang voor
de draaideuren is enorm. Suppoosten slagen er niet in de toegangsbewijzen te
controleren en velen slippen illegaal naar binnen. Onder het circa 1850-koppige
tienerpubliek bevinden zich naar eigen zeggen de bekende Nederlanders in spe: Phil
Bloom, Boudewijn Büch, Mensje van Keulen en Herman (‘grappige avond’) Brood.
Jongeren die nog wat geld te besteden hebben, kunnen bij het platenkraampje van
mevrouw Van der Horst en haar schoonzoon Wim Bieler (toen nog niet Q65) al dan
niet gesigneerde platen kopen van de optredende artiesten.
Om acht uur hebben de meeste mensen hun plaatsen bereikt. Het publiek scandeert
‘wij willen de Stones.’ Er is nog geen artiest te zien. Een van de toeschouwers speelt
trompet, wat anderen aanzet om in het gangpad te gaan dansen. Dan verschijnt
presentator ( de latere quizleider) Jos Brink. Hij heeft enkele minuten nodig om boven
het gefluit en gejoel uit te komen en lanceert dan een grap, zoals hij gewend was te
doen bij aankondigingen van bijvoorbeeld Cliff Richard en Adamo: ‘Ja hoor, ze zijn d’r
(een oorverdovend lawaai breekt los), maar ze komen nog niet hoor.’ Het publiek
raakt aardig in de stemming. Naar de voorprogramma-artiesten luistert vrijwel
niemand. André van Duyn kan met zijn playback-show nog rekenen op enige
aandacht, net als de Ricochets (met Rudy Bennet en Robbie van Leeuwen). Het
boegeroep en gegil om the Rolling Stones overheerst echter alles.
Om negen uur treden als laatste attractie voor de pauze de Fouryo’s op. De Fouryo’s
brengen Nederlandstalige covers van buitenlandse nummers. Bye bye love wordt:
‘Vaarwel tederheid, hallo eenzaamheid, ik voel me moe en loom.’ Het merendeel van
het publiek begint vast aan de pauze en gaat naar de Kurhaus-foyer. De
achterblijvers gooien onder meer met krantjes en appels naar de doorzingende
Fouryo’s. Een paar Stonesfanaten tonen trots het spandoek ‘Stones 4ever, Beatles
never.’
Een filmploeg van de REM, thans TROS, verhoogt met felle filmlampen de onrust in de
zaal. Jan Schaper (film) en Hans de Ridder (licht) stonden voor het podium. Twee
cameramannen, Mat van Hensbergen en Wim Louwrier, stonden op het balkon.
Geluidopnamen zijn niet gemaakt, met uitzondering van 1 minuut publiekslawaai.
Jos Brink verschijnt weer vol pret om de pauze aan te kondigen en laat het publiek
nog een fotootje van the Rolling Stones zien. Achter de coulissen wachten in spanning
zangeres Trea Dobbs (Ploem ploem Jenka) en REM-medewerkster Karla Wildschut,
die geacht worden in of na de pauze de sterren van de avond enige chrysanten aan
te bieden.
Om half tien is iedereen weer in de zaal. In de pauze zijn al enkele grote ruiten en
planten gesneuveld. Enkele jongelui buiten de zaal slagen er met geweld in alsnog
binnen te komen. Wanneer Bill Wyman verscholen achter een gordijn per ongeluk
een snaar aanraakt, stormt het publiek massaal naar voren. Jos Brink treedt in de
schijnwerpers om de Stones aan te kondigen en blundert door te zeggen dat de
Stones uit vier man bestaan.
De Stones beginnen met het nummer Beautiful Delilah. De zaal verandert meteen in
een heksenketel, maar de Stones brengen het nummer tot een goed einde. De chaos
neemt toe tijdens het tweede nummer Walking the Dog. Het publiek bestormt het
podium. Geluidsopnamen van het concert, afkomstig van Radio Veronica DJ Joost
den Draaijer (Willem ban Kooten) zijn te horen op de bootleg ‘The Rolling Stones
Back to The Hague.’ (1983). Je hoort iemand zeggen dat de roadmanager van de
Stones, Ian Stewart, een fles ‘tegen z’n kop’ heeft gekregen. Stewart, tevens pianist
van de Stones, moet naar het ziekenhuis. Zijn commentaar: ‘let’s forget it, it’s all in the
game.’
Inmiddel trapt de knokploeg van Paul Acket wild om zich heen. Politie in burger en
Kurhauspersoneel doen hun best om het podium vrij van fans te houden. Tal van
jongeren worden op hardhandige wijze teruggegooid in de menigte. Voor het podium
raken jonge Stonesfans in de verdrukking. Veronica DJ Tineke de Nooy, dan zeven
maanden zwanger, wordt door Paul Acket de bühne opgetrokken. Iedereen staat op
de stoelen en tijdens het derde nummer Hi-heel-sneakers, vliegen de eerste leuningen
en stoelzittingen door de lucht. Tien geüniformeerde agenten komen de gelederen
versterken, wat een averechts effect blijkt te hebben. Eén keer wordt het gordijn
gedeeltelijk gesloten, de Stones spelen door. Een agent gooit stoelleuningen terug de
zaal in. Het microfoonsnoer van Jagger wordt stukgetrokken en de Stones spelen
instrumentaal verder. Tijdens het vierde, nu zangloze, nummer Suzie Q, weet Willem
van Kooten Mick Jagger de microfoon van zijn draagbare recorder onder de neus te
duwen. Op de vraag ‘Have you ever seen something like this?’ weet Jagger niets
anders dan ‘No!’ te zeggen.
Inmiddels zijn ook de ijlings opgetrommelde agenten van het bureau Gevers
Deynootweg gearriveerd. Jagger roept nog dat als het publiek zo doorgaat de
gordijnen gesloten zullen worden. Dat gebeurt ook tijdens het vijfde en onbedoeld
laatste nummer van de avond Mona. Om ongeveer tien voor tien beëindigt de politie
het optreden van the Rolling Stones wegens wanordelijkheden. Tienerster Trea Dobbs
komt met de schrik en een bosje chrysanten vrij. Voor de Stones heeft ze geen goed
woord over: ‘Ze bedonderen iedereen.’
De recorder van Willem van Kooten registreert naast Stones-muziek ook de
opmerkingen van Willem en zijn collega’s: ‘Waar is Jos Brink? Het wordt te gek. Jos,
zeg dat ze zo weer terugkomen als de microfoon gemaakt is. Hé, kom eens hierheen,
ze breken het hele podium af man. De politie kan wel wat minder ruig hoor, als je dat
ziet, met z’n twintigen één jongetje.’
Paul Acket brengt uit: ‘M’n keel zit dicht, ik kan niet meer’ en roept: ‘Van mijn leven
niet meer, van mijn leven niet meer.’ Mevrouw Acket heeft zich met de kassa
verschanst op het damestoilet.
Directeur culturele en recreatieve activiteiten in en rond de Kurzaal, mr. P. van
Dusseldorp, vraagt zich ontredderd af of de zaal voor maandag weer in orde zal zijn.
Het recital voor zondagochtend wordt in elk geval met spoed afgelast.
De Stones hebben krap twintig minuten gespeeld, wat nog altijd neerkomt op ruim een
half concert, want erg veel langer dan een half uur speelden ze in die tijd niet. De
Kurzaal wordt overgelaten aan het uitzinnige publiek. Gordijnen worden kapot
gescheurd en mens slaagt er zelfs in om enige kroonluchters naar beneden te halen.
Twee meisjes worden geheel of gedeeltelijk (de krantenberichten zijn niet
eensluidend) ontkleed door ‘een groep knapen in leren jekkers.’ Uiteindelijk verschijnt
nog meer politie om nu met harde hand de zaal te ontruimen. Buiten, volgens
sommigen zelfs binnen, voert de bereden politie charges uit tegen groepen jongeren;
bij de concertgangers hebben zich inmiddels ook jongelui uit nabij gelegen
uitgaanscentra gevoegd. De menigte heft het vooral voorzien op geparkeerde auto’s.
Een ziekenauto staat klaar om gewonden af te voeren, maar het aantal mensen dat
naar ziekenhuizen moet worden vervoerd blijft beperkt tot drie. Volgens een
woordvoerder van de GGD zullen de meeste jongelui zichzelf hebben opgelapt. Ook
het aantal arrestanten blijft beperkt: slechts drie jongens moeten mee naar het bureau.
De schade daarentegen is enorm en wordt geschat op vijftienduizend tot
twintigduizend gulden, vijf keer zoveel als de kosten van het concert.
Aanvankelijk voelden zowel Acket als de zaaleigenaar EMS zich aansprakelijk voor de
schade, maar beide partijen wezen de verantwoordelijkheid weer af wegens
vermeende fouten van de ander. Voor dit concert was de verantwoordelijkheid voor de
zaal overigens contractueel afgewenteld op Acket. Deze beriep zich op zijn beurt op
de opruiende rol die de filmploeg van de REM zou hebben gespeeld en op het
provocerende optreden van de politie. Het einde van het liedje was dat Acket
ongeveer ƒ 10.000 moest betalen. Zelf presenteerde hij de filmploeg nog een fikse
rekening voor de filmrechten, omdat het Kurhaus-filmpje op de Amerikaanse televisie
was vertoond.
Na de ontruiming van de Kurzaal, toen buiten het onweer losbarstte en er nog druk
gehandeld werd in stoelleuningen en lampenkappen (aldus Het Vaderland), belegde
hoofdinspecteur A. Buyze een persconferentie in de lounge van het Kurhaus. Buyze,
die zich tijdens het concert met zijn mannen achter het gordijn terugtrok, beweerde
dat er geen sprake was geweest van een laffe vlucht, maar van een weloverwogen
tactiek: ‘Mijn mannen wilde de zaal in, maar ik heb dat met klem verboden. Was het
toch gebeurd, dan zouden zowel onder het publiek als onder de agenten slachtoffers
zijn gevallen. Ik heb dat, ten koste van het meubilair, kunnen voorkomen. Buyze
wachtte tot het laatst met charges en drukte daarbij z’n mannen op het hart dat hun
optreden van preventieve aard moest zijn, aldus de Haagsche Courant, die zou
zorgen voor het meest gedetailleerde en completen verslag van die avond. Kennelijk is
‘preventief’ door sommige agenten misverstaan als ‘primitief’: dat de politie haar
zelfbeheersing verloor, wordt niet alleen gemeld door de communistische krant De
Waarheid, maar ook door de gezagsgetrouwe Telegraaf. Wanneer Buyze ontkent dat
er in de Kurzaal zelf charges zijn uitgevoerd, merkt Telegraaf-medewerker Henk van
der Meyden op, dat de ‘met bloed besmeurde tieners die achter het podium de trap
werden afgeslagen’ dit waarschijnlijk niet met hem eens zullen zijn. Volgens Buyze
waren er wel fouten gemaakt door de politie, maar politie-agenten zijn nu eenmaal ook
maar mensen. Buyze in de HP: ‘Af en toe moet je wel optreden, het is met die
nozems net als met krankzinnigen, ze zijn niet voor rede vatbaar.’
Na afloop van het concert sprak Henk van der Meyden de Stones in Hotel Terminus.
Jagger: ‘Dit was een echte Rolling Stones voorstelling. We zijn gewend, dat de jeugd
hysterisch wordt, maar echt, zo iets als dit hebben wij nog nooit meegemaakt. In het
buitenland worden er ook meer veiligheidsmaatregelen genomen. Het toneel wordt
daar afgeschermd. We werken er soms in kooien, zodat niemand bij ons kan komen.
Ook de politie treedt daar veel tactischer op dan hier het geval is, want werkelijk, aldus
Mick Jagger, onze muziek heeft de jeugd niet gek gemaakt. Ze waren alleen maar
woedend omdat een knokploeg op het toneel hen trapte en sloeg. Men raakte
daarover in razernij zodat men tot een algehele aanval overging.’
Brian Jones: ‘We hebben overal in de wereld gespeeld, maar nog nooit hebben we
een politiemacht gezien die zo hardhandig optrad als hier in Den Haag. We willen dan
ook nooit meer in Den Haag spelen. Dit is te gek.’
Even later belde een van de Stones naar manager Andrew Loog Oldham in Londen,
om te vertellen dat ‘het concert enorm was.’ Tegen een verslaggever van Het Vrije
Volk vertelde Brian ‘dat de groep voor het eerst op eigen verzoek een concert had
afgebroken.’
Als op maandag 10 augustus de Nederlandse kranten verschijnen, hebben de Stones
alweer een concert in Manchester achter de rug, waarbij ongeveer 50 politieagenten
hun best deden om een menigte van 3.000 fans onder controle te houden. Uiteraard
wordt het Kurhausconcert breed uitgemeten. Als voornaamste oorzaken van de rellen
noemt men het dan weer provocerende dan weer afwachtende optreden van de
politie, de opzwepende muziek van de Stones en de pogingen tot opruiing van de
REM filmploeg. In mindere mate wijt men de oorzaak van de chaos aan de
onvoldoende veiligheidsmaatregelen en het veel te lage podium. Niemand komt op het
idee om Jos Brink de schuld te geven.
De aardigste krantenkop staat in de Nieuwe Haagsche Courant: ‘Rolling Stones –
Rolling Eyes – Rolling Chairs’, de felste reactie in Elseviers Weekblad: ‘Allen die dit
optreden niet voorkomen hebben, beschouwen wij als gevaarlijke lieden in deze
samenleving…’
Goed, Nederland beleefde een rel; het eerste op deze schaal tijdens een
‘beatconcert.’ De autoriteiten waren geschokt en de jeugd dus verheugd. Het
Kurhaus-optreden versterkte het tegendraadse imago van the Rolling Stones en dit
vergrootte ongetwijfeld hun populariteit. Manager Andrew Loog Oldham, die als geen
ander besefte dat het succes van de Stones in grote mate werd bepaald door hun
talent om schandalen te creëren, werd op zijn wenken bediend.
Waren the Rolling Stones nu zelf onder de indruk van de gebeurtenissen? Blijkbaar
wel. Volgens dagblad Het Vaderland dreunden de Stones tijdens het concert ‘bang en
monotoon’ door. Tegenover verschillende journalisten verklaarden de Stones nog nooit
zoiets te hebben meegemaakt, daarbij vooral doelend op het harde politieoptreden.
In een vraaggesprek voor radio Veronica (1965) zei Charlie Watts tegen Willem van
Kooten dat de Stones nog nooit eerder zo’n grootse ontvangst ten deel was gevallen
en Mick Jagger verklaarde een jaar later tegen de Haagsche Courant: ‘Die toestand
in Scheveningen vergeet ik niet gauw. De grootste rel in onze hele carrière, daar
waren New York en Los Angelos niets bij.’
Elly de Waard vroeg in 1973 Jagger en Richards naar hun herinneringen aan het
Kurhausconcert:
Jagger: ‘In dat operagebouw?’
Richards: ‘Skeveningen?’
Elly: In het Kurhaus.
Jagger: ‘In dat pluchen concertzaaltje bedoel je? In 1964?’
Richards: ‘Dat was fantastisch.’
Jagger (enthousiast): ‘Toen de politie de trappen afreed met boksbeugels aan... De
politie ging zeer kwaadaardig tekeer die avond, herinner je je dat nog? Het was een
hele cavaleriecharge, werkelijk waar, ze deden een charge te paard! Wat een rel was
dat die avond.’
In 1987 deed Boudewijn Büch het nog eens dunnetjes over. In het Amstel Hotel
ontmoette hij – in het bijzijn van de tv-camera’s – eindelijk (!) zijn grote held Mick
Jagger. Jagger beweerde dat hij zich het Kurhausconcert nog goed kon herinneren,
omdat het het eerste optreden van de Stones buiten Europa was. Verder memoreerde
hij wederom de prachtige zaal en het harde politieoptreden. Volgens Jagger speelden
de Stones die avond slechts 1 nummer; Büch valt hem bij: ‘Carol’, maar het geheugen
is bedrieglijk. Sinds 12 september 1964 (eerste uitzending door de REM) is het filmpje
van het Kurhaus-optreden verscheidene malen op TV vertoond; de Stones hebben
het zelfs opgenomen in hun videoproductie ‘25x5 the continuing adventures of the
Rolling Stones’ (1989). Omdat er geen (slechts 1 minuut) origineel geluid beschikbaar
was heeft men al in 1964 het studionummer ‘Carol’ vermengd met publieksgeluid als
soundtrack aan het filmpje toegevoegd. De volledige opnamen van filmer Jan Schaper
zijn nooit uitgezonden. Het geluid kon pas worden gereconstrueerd toen naast de
opnamen van Willem van Kooten in de jaren negentig een meer volledige tape opdook
van een concertbezoekster (mw. T. Deen).
Het laatste woord over het Kurhausconcert is aan Ian Stewart. Bill Wyman citeert hem
in zijn op dagboekaantekeningen gebaseerde autobiografie ‘Stone Alone’: ‘Stu was
amazed by the uncompromising Dutch police: They formed a chain like firefighters
and as soon as a teenager came forward he was passed along the line, thumped as
he went past and then thrown out of the door, down some steps, where there were
more policeman waiting to help him on his way. I have never seen policemen so
vicious.’
Het Kurhausoptreden stelde de Stones in staat om hun imago van ‘badboys’ verder uit
te bouwen. Anders dan de aanblik van de zaal na afloop van het concert deed
vermoeden, markeerde het Kurhausoptreden niet het einde maar het begin van een
glorieuze concertreeks van de Stones in Nederland. Paul Acket riep ‘Van mijn leven
niet meer’, maar was zakenman genoeg om te beseffen dat ook bij het organiseren
van concerten de (soms zware) kost voor de baat uitgaat. Reeds in 1965 stonden de
Stones bij Acket op het programma voor een optreden in de veilinghallen te Blokker;
het optreden werd op het laatste moment afgezegd omdat het management van de
Stones voorrang gaf aan een tour door Scandinavië.
Inclusief het Kurhausconcert hebben de Stones 38 optredens verzorgd in Nederland;
het laatste was op 8 juni 2007 in Nijmegen.
In de Nederlandse geschiedenis neemt het Kurhausconcert een bijzondere plek in.
Historici slaan graag grenspalen op de tijdlijn van de geschiedenis. 1964 lijkt een
bijzonder markeringsjaar, het begin in Nederland van de roemruchte jaren zestig (?):
the Beatles en de Stones in Nederland, Prinses Irene trouwt met de omstreden
katholieke Carlos, het TV cabaret van Zo-is-het-toevallig-ook-nog-eens-een-keer
provoceert de burgerij en Jan Cremer gooit met zijn boek ‘Ik Jan Cremer’ een steen
in de ooit zo kalme vijver van de Nederlandse samenleving.
René Spork, 1994/2011 ©, auteur van ‘Van mijn leven niet meer’, The Rolling Stones
in Nederland 1964-1994, Schiedam 1995.