| Registreren
   
 

 

 The Rolling Stones & The Swingin’Pig

 

 

 

 

The German bootleg label run by Dieter Schubert, had developed a reputation for deluxe, coloured-vinyl releases from quality source tapes.
Swingin' Pig was one of the first bootleg labels to legally release unauthorised contemporary recordings, exploiting a loophole in the Rome convention that made it technically legal, in countries that had signed the Rome convention, to issue recordings, without permission, from countries that hadn't signed it, and the USA hadn't signed it. Their first such release was Atlantic City '
89, a triple-CD box of The Rolling Stones, put out in 1990.

 

Literature: Clinton Heylin, The Great White Wonders A history of Rock bootlegs, 1994.

 

 


 
  
 

In 1997 sloeg de var­kens­pest onverwacht toe in de mu­ziek­in­dus­trie. Slachtof­fer: The Swin­gin'Pig, een van oor­sprong Duits boot­leg­label, laat­stelijk gevestigd in Luxem­burg, we­reld­wijd vermaard als leve­ran­cier van kwa­li­ta­tief uit­ste­kende CD's. Als gevolg van een scherpere Euro­pese wet­geving op het gebied van au­teurs­rechten werd het var­kentje ziek; ge­schrok­ken van de aan­dacht van een paar over­ij­ve­rige FBI-agen­ten is het var­ken­tje ten­slotte ge­storven.

Met name verzamelaars van het werk van the Rolling Stones hebben reden om een traantje weg te pinken. Wie de in 1997 verschenen CD 'Get your Leeds Lungs Out! Revisited' (Leeds, 13 maart 1971) in huis heeft mag zich gelukkig prij­zen. Net als de bezitters overigens van 'Welcome to New York' (live 1972), 'Sweet home Chicago' (Live 1981, met Muddy Wa­ters), 'San Diego '69' en 'Handsome Girls' (live 1978), om maar een paar van de vele Swin­gin' Pig ti­tels te noemen.  De SwinginPig heeft zo’n tien jaar bestaan.

 

De muziekindustrie heeft altijd scherp afgegeven op bootleg­firma's. Illegale live- en studio-opnamen van door­gaans be­kende artiesten zouden de officiële platenfir­ma's voor mil­joenen per jaar benadelen. Dit laatste is nog maar de vraag. Anders dan bij piraterij (het nama­ken van ori­ginele CD's) is de bootleg-markt een relatief kleine markt, vrijwel uitsluitend bestemd voor verzamelaars die daarnaast hoe dan ook de officiële Cd’s kopen.

 

De eerste rock-bootleg (vinyl) van betekenis, de in­mid­dels le­gen­da­rische Bob Dylan LP 'Great White Won­der', verscheen in 1969. In Amerika opereerden sedertdien tal van boot­leg­gers, de een gewetensvoller en serieuzer dan de ande­re. Een voor­beeld van een kwaliteitslabel was 'Rubber Dubber' records, later voort­gezet als 'Trade Mark of Quality' (TMQ, met een levensecht getekend var­ken­tje als logo). TMQ bracht een aantal schitterende Stones-titels uit met fraaie hoesontwerpen van William Stout. Het label kreeg spoedig concurrentie van 'The Smo­kin' Pig' (opgericht door een ex-medewerker van TMQ), dat TMQ-ti­tels ko­pieer­de en voor een la­gere prijs op de markt bracht. 'The Smokin' Pig' had als beeldmerk een door William Stout getekend varkentje, afkomstig van een TMQ hoes!; een gekloond varkentje dus. TMQ be­dien­de zich eveneens van dat door Wil­liam Stout ontworpen cartoon (var­ken met zonne­bril en sigaar) en ver­meld­de op elke per­sing - ter onderscheiding van zijn dub­bel­ganger - 'Ac­cept No Sub­sti­tu­tes', overigens tevergeefs. ‘the Swingin Pig tenslotte gaf het varkentje eind jaren tachtig een lichaam en een hoedje.

 

 
 

Bootleggers hebben altijd veel last gehad van andere bootleg­gers. Succesvolle uitgaven werden doorgaans snel gekopieerd, wat kwaliteitsverlies opleverde en winstderving betekende voor de oorspronkelijke bootlegger. Tegen kopiëren viel weinig te ondernemen. Wel konden bootleggers ervoor zor­gen dat de oor­spron­ke­lijke uitgave er bij­zonder uitzag en dus gewild was bij de liefheb­bers. Zo werd door boot­leg­gers ge­bruik ge­maakt van gekleurd vinyl (niet alleen leuk, maar te­vens een garantie dat er ge­bruik gemaakt werd van 'maagdelijk' vinyl van goede kwa­litie­it). In dat opzicht bijvoorbeeld on­derscheidde TMQ zich van 'The Smo­kin' Pig'. Te­vens kon de boot­leg­ger iets aan de hoes­ont­wer­pen doen. De under­ground-hoezen van William Stout zijn tot op de dag van vandaag zeer gewilde collectors-items.

 

                                   
 
 

Geleidelijk ontwikkelde zich ook in Europa een stevige boot­leg-markt. Strengere wetgeving maakte het soms moeilijk om bootlegs te produceren, maar het is de wetgever nooit gelukt om het verschijnsel uit te bannen. Met de komst van de CD in de jaren tachtig leek het er even op dat het met de bootleg was gedaan. De officiële maatschappijen hadden immers het monopolie op de productielijnen. In tegenstelling tot wat bij gram­mofoonplaten het geval was kon je niet zomaar ergens even een CD laten per­sen. In tal van landen (bijv. in Azië) nam men het niet zo nauw met de wet en spoedig verschenen de eerste boot­leg-CD's. An­ders dan bij vinyl het geval is treedt bij het kopiëren van CD's nauwelijks of geen kwaliteitsverlies op. Dit dwong boot­leggers meer dan ooit om aandacht te besteden aan het uiter­lijk van hun produkt. CD's wer­den voor­zien van fraaie boek­werkjes of ver­pakt in bijzon­dere do­zen. In Duits­land legde Dieter Schu­bert de grond­slag voor 'The Swin­gin' Pig' (feite­lijk voort­bordurend op het TMQ label, met als logo - hoe kan het anders? – ­een vermoedelijk slechts gedeeltelijk door Wil­liam Stout getekend 'swin­gend' var­ken). Schu­bert droeg netjes au­teursrechten af over het door hem uitge­brachte werk en veel van zijn CD's waren in Duitsland te koop in ge­wone platenza­ken. Bijzonder succesvol was de uitgave van een drie­dubbel CD van een live optreden van de Stones in At­lantic City (uitge­zon­den via de ka­bel) in 1989. Deze CD ging maar liefst 70.000 keer over de toonbank, een voor bootleggers ongehoord en uit­zonderlijk (financieel) ­suc­ces, met een omzet van boven de 4 miljoen mark. Zoiets haalt de bootleg wel uit de hobbysfeer waar ze mijns inziens thuishoort. De Stones deden echter niet moei­lijk, maar onder druk van an­dere ar­ties­ten (o.a. Phil Col­lins) werd een gat in de Duit­se wet­geving op het gebied van auteurs­rech­ten uitein­delijk ­ge­dicht. The Swin­gin' Pig (TSP) week uit naar Luxem­burg, waar de wet­geving ten aan­zien van auteursrech­ten weer wat soepeler was. Van­uit Ame­rika werd door de Re­cor­ding In­dus­try Asso­cia­tion of Ame­rica (RIAA) ech­ter blij­vend druk uit­ge­oe­fend op Luxemburg om de aldaar geves­tigde bootleg­gers aan te pak­ken. Volgens de RIAA leed de Ame­rikaan­se mu­ziekin­dustrie door 'bootlegging' een jaarlijks verlies van miljarden dollars. Blijkbaar worden 'piracy' en 'bootlegging' hier (of wellicht al door de illegale producenten?) op één hoop gegooid. Nogmaals, bootlegs worden voorname­lijk ge­kocht en geproduceerd door liefhebbers. Het illegaal na­per­sen van HIT-CD's en de verkoop ervan ­te­gen dump­prij­zen in club­huizen en café's was voor crimi­nelen finan­cieel gezien toch heel wat aantrekkelijker dan het maken van boot­legs, d.w.z. in elk geval totdat ‘Atlantic’ op de markt kwam. ­Voor bootleggers vormde Am­e­rika natuurlijk wel een aan­trek­ke­lijke af­zet­markt, maar om mil­jar­den ging het waarschijnlijk niet.

 

 

 

Een pro­bleem voor exporterende bootlegge­rs is: hoe pas­seer je de doua­ne. Omko­pen lijkt een goed idee, maar is dat niet, zoals een flink aantal boot­leg­gers begin 1997 in Flo­rida aan den lijve on­dervond. In maart arresteerden un­der­cover-agen­ten van de Amerikaanse douane en de FBI, na een goed en lang­durig voor­be­reide operatie in sa­menwerking met de RIAA, der­tien vertegenwoordigers uit de bootleg-indus­trie, afkomstig uit Amerika, Duitsland, Italië, Engeland en Neder­land. De geëiste straf­fen variëren van 5 tot 35 jaar. De bootleggers zouden door een undercover-agent naar Flo­rida zijn ge­lokt onder het voorwendsel dat ze na gedane zaken (met de douane) fees­te­lijk zou­den wor­den onthaald op een dagje Disneyland. Het re­sultaat: "A fe­deral grand jury sit­ting in Or­lan­do has re­tur­ned a 40-count indict­ment char­ging 13 indivi­duals with con­spiracy and sub­stantive char­ges invol­ving the manufac­tu­ring, impor­ting, and distribu­ting of unaut­horized or 'boot­leg' com­pact music discs. The indict­ment al­leges that the defen­dants, on various dates, manufac­tured, smuggled, and/or dis­tributed bootleg compact music discs" (U.S. Depart­ment of justice, United Sta­tes Attor­ney - Middle District of Florida, Internet, march 1997). De bootleg­gers waren actief in meer dan twaalf landen en zouden behoren tot de top van de bootleg-industrie. In de loop van het onder­zoek zijn naar schatting 800.000 (!) boot­leg CD's in be­slag geno­men. Een zware klap voor de bootleg-indus­trie, waar­van de echo tot in Luxem­burg werd ge­hoord en een swingend varkentje de dood­schrik bezorgde. The Swin­gin' Pig is niet meer!

 

Of het bij deze 800.000 CD's nu werkelijk gaat om bootlegs of ook om na­per­singen/ vervalsingen is moeilijk te zeggen. Om een indruk te geven van de omvang van de bootleg-productie: alleen de Stones boot­leg catalogus (vinyl en CD’s) telt sedert 1969 al meer dan 3500 verschil­lende titels (uiteraard met flinke overlappingen wat het ma­teriaal be­treft en doorgaans in slechts kleine oplagen).    

 

De enige Nederlander onder de arrestanten was de Hagenaar Char­les L. (40). Ons land kent nogal wat fana­tieke pla­ten/CD/boot­leg ver­zamelaars, maar als pro­du­cent van boot­legs nam Ne­derland in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland geen bij­zonder grote plaats in. Neder­land gold in bootleg-kri­ngen toch voor­name­lijk als een door­voer­land. Tegen Charles L., vermoe­delijk dus meer hande­laar dan producent, werd ove­ri­gens een ge­van­genis­straf geëist van 15 jaar.

 

Om de Ame­ri­kaan­se jus­ti­tie te mis­lei­den be­dien­de het TMQ label zich in het verleden weleens van de aan­dui­ding 'made in Hol­land'. Echt in Nederland gemaakt was een bootleg van Bob Dylan die zo rond 1970 uitkwam, goedkoop uitgegeven als pro­test tegen de te hoge prij­zen van de officiële platenindust­rie. Meer­dere LP's volg­den, waaronder een enkele met een fraaie hoes van Peter Pon­tiac. Min of meer be­kende Ne­der­land­se la­bels waren 'Sky Dog' en 'RSVP' (Rolling Stones Vinyl Pres­sings). Beide labels kenden trouwens geen omvangrijke catalogus.

 

Bootlegs zijn in ons land altijd gemakke­lijk te koop geweest, bij­voor­beeld vroeger op de markt op het Wa­ter­looplein. Tegen­woordig is het iets moei­lijker om aan boot­legs te komen, maar - de claims van de Ame­rikaanse justitie ten spijt - nog steeds niet onmo­ge­lijk. Internet biedt altijd uitkomst.

De jongste Stones-tournee (2007) heeft inmiddels weer de nodige boot­legs op­geleverd. Gro­te ar­ties­ten wer­ken door­gaans mee aan live ra­dio- of TV-uit­zen­din­gen en het zal voor niemand een verras­sing zijn dat die binnen de kortste ke­ren op CD staan en over de toon­bank gaan.

Voor de ge­wone con­su­ment is het al jarenlang mo­ge­lijk om zelf CD's op te nemen. Dat maakt het wel erg een­voudig om bijv. een live ra­dio-uit­zending op CD te zetten en te ver­menig­vul­digen; een aar­dig hoesje is zo ge­maakt. Nog eenvoudiger: het uitwisselen van liveconcerten via internet op bijvoorbeeld Torrent-sites.

 

Bootleggers zo zou je kunnen zeggen, zijn door het aanbod op internet van gratis beschikbare (illegale) muziek, net zo de klos als de officiële platenmaatschappijen. Bootleggers zijn dan ook uitgeweken naar een ander product: DVD’s van liveshows en videoclips. Met digitale camera’s worden shows vanuit 1 of meerdere standpunten opgenomen en op DVD uitgebracht, vaak in een fraaie verpakking (digipack). Fans willen toch graag een souvenir van de show die ze net hebben bijgewoond.

 

Bijvoorbeeld The Who en Pearl Jam hebben fans in de gelegenheid gesteld om concert CD’s dan wel DVD’s via hun websites officieel te bestellen. De grote vraag is waarom de Stones dat niet doen. Vermoedelijk heeft het te maken met de oude rechtenkwestie tussen Decca en de Stones over hun oude materiaal (tot 1970). Voor nummers die onder Decca vallen zouden de Stones een zakelijke deal moeten sluiten met deze firma.

 

Van Bob Dylan wordt interessant materiaal uitgebracht in een officiële ‘the bootleg’ serie. Ook dat gebeurt bij de Stones niet. En dus…

 

Zolang er vraag is van verzamelaars zullen er bootlegs worden geproduceerd. En vroeg of laat staat er een bootlegger op die de verleiding niet kan weerstaan om een kwaliteitslabel te beginnen, met als logo ongetwijfeld een door William Stout gete­kend var­kentje. Zo verscheen rond de eeuwwisseling een schitterende bootleg CD met een concertregistratie uit 1972 ‘Ladies and gentlemen The Rolling Stones’ (feitelijk een soundtrack van een quadraphonic film uit die tijd); op de achterkant van de hoes grijnst een varkentje met een zonnebril en een sigaar de toeschouwer tegemoet: Trade Mark Of Quality, geen Swinginpig’.

 

René Spork  2009

 


Copyright 2008 Forty Licks Fanclub, The Netherlands   |  Privacybeleid  |  Gebruiksovereenkomst